Venster Sluiten

DSM E3x goederenwagon

  • Fabrikant: DSM te Dedemsvaart
  • Bouwjaar: 1907
  • Type: tweeassige stoomtram gesloten goederenwagen
  • Draagvermogen: 6 ton
  • Fabrieksnr.: geen fabrieksplaatje aanwezig
  • Aantal assen: 2
  • Spoorwijdte: oorspronkelijk 1067 mm. De wagen wordt geschikt gemaakt voor 700 mm-spoor.
DSM E3x goederenwagen. Foto: Aalt v.d.Ham (2009)
  DSM E3x goederenwagen. Foto: Aalt v.d.Ham (2009)

De gevonden wagen is de DSM E30, 31 of 33.
Deze conclusie is getrokken op basis van de locatie waar de bak gevonden is, maten van de wagenbak, de bevestigingspunten van schenen en koppelingen aan het onderstel, informatie uit het boek van Dijkers en tekeningen uit het Nationaal Archief. Het Nationaal Smalspoormuseum verricht nu nader onderzoek om het exacte nummer te achterhalen.

De wagenbak is gevonden in Ommen. In de buurt van Ommen hebben drie smalspoorbedrijven Ommen geopereerd. De dichtstbijzijnde was de Dedemsvaartse Stoomtram Maatschappij (DSM), die tussen Zwolle, Dedemsvaart, Coevorden en Ter Apel met stoomtrams op 1067 mm spoor personen- en goederendiensten reed. De afstand tussen Dedemsvaart en de vindplaats Ommen over de weg is ongeveer 15 kilometer. De DSM exploiteerde naast haar eigen lijn de twintig kilometer lange lijn Balkbrug-De Wijk-Meppel van de Spoorwegmaatschappij Meppel-Balkbrug N.V. (MB), ook op 1067 mm. De MB had eigen materieel. In 1934 is de DSM met de Eerste Drentse Stoomtram (EDS) gefuseerd. De EDS reed in het gebied tussen Meppel, Hoogeveen en Ter Apel. Na de fusie reden wagens van de drie bedrijven door elkaar heen op de lijnen. De lijnen rond Dedemsvaart zijn in 1947 opgeheven.

Aan de hand van de locatie waar de bak gevonden is, maten van de wagenbak, informatie uit het boek van Dijkers en tekeningen uit het Nationaal Archief ontlenen wij de volgende conclusie:

  • Aan de wagenbak en de resten van onderstel en wielophanging zijn de volgende hoofdmaten te ontlenen: lengte zonder buffers: 5000 mm, breedte 1920 mm, radstand: 1900 mm.
  • Het is dus geen MB-wagen, want die waren 1900 mm breed.
  • Het moet dus een DSM-wagen zijn. De radstand is 1900 mm en er zijn geen vicinaux-koppelingen bevestigd geweest, dus het moet een wagen uit de deelserie E27-34 zijn.
  • De DSM bouwde deze wagens zelf. Dit verklaart misschien ook wel waarom er geen (sporen van) een fabrieksplaatje zijn te vinden.
  • Er zijn bij de fusie tussen EDS en DSM geen wagens uit de serie E 27-34 afgevoerd.
  • In 1941 bestonden van de E27-34 in elk geval de E30, 31 en 33 nog. Deze waren nog bij de EDS aanwezig. Hiervan had in elk geval de E31 bekerkoppelingen. Van de andere twee wagens is dat niet bekend. Tussen het moment van fusie en 1941 zijn dus verdwenen de E27, 28, 29, 32 en 34 (in totaal vijf wagens).
  • Op 1 juli 1945 waren er in totaal nog 37 E-wagens over.
  • Na opheffing van de tramdiensten bood Simons’ metaalhandel die alles had opgekocht 47 zes tons gesloten goederenwagens te koop aan (DSM en EDS samen).
  • Na opheffing van de tramdiensten werd veel materieel als schuur verkocht, waaronder onze wagen in Ommen.

Venster Sluiten