Stoomloc 8: Henschel

 

Henschel 21147, type Fabia
Dienstnummer: 8
Afkomstig van: Steenfabriek De Lunenburgerwaard
Naam: -
Type: Fabia
Fabrikant: Henschel und Sohn A.G., Kassel
Fabrieksnummer: 21147
Type: Fabia
Bouwjaar: 1928
Asindeling: Bt
Spoorwijdte (mm): 700
Radstand (mm): 1200
Middellijn drijf- en koppelwielen (mm): 630
Aantal cilinders: 2
Boring cilinders (mm): 220
Zuigerslag (mm): 300
Stoomverdeling: Walschaerts
Waterinhoud tender (liters): 700
Kolenruimte (liters): 320
Fabrikant ketel: HKB Ketelbouw te Venlo
Fabrieksnummer ketel: 2742
Bouwjaar ketel: 2007
Maximale stoomspanning (Ato): 12
Roosteroppervlak (m²) : 0,4
Verwarmd oppervlak (m²): 16,6
Aantal vlampijpen : 76
Gewicht dienstvaardig (kg): 9000
Totale lengte zonder buffers (mm): 4750
Totale lengte met buffers (mm): 5400
Grootste breedte (mm): 1800
Hoogte over schoorsteen (mm): 2740
Vermogen (Pk): 50 à 55
Trekkracht (kg) volgens formule [(0,6 . p. d2 . h) /D] . kg : 1725
Hoogst toegestane snelheid (km/h): 20
Huidige staat: Rijvaardig (met nieuwe ketel).
De frisse aanblik van stoomloc 8, met een nieuwe ketel weer rijvaardig na een ingrijpende renovatie. Foto: Ap Hoogendoorn december 2008.
Support: Stoomlocomotief 8 is gekeurd door Lloyds Register Nederland Energy.
Stoomloc 8 weer rijvaardig
Sinds december 2008 is stoomlocomotief 8 weer rijvaardig. Daarvoor was een ingrijpende renovatie nodig waarbij de locomotief van een nieuwe stoomketel is voorzien, het plaatwerk van het machinistenhuis en de ketelbeplating moest worden vervangen. De ketel is gebouwd bij HKB te Venlo. De restauratie van de locomotief is mogelijk geworden dankzij een subsidie van het Prins Bernhard Cultuurfonds, de Mondriaan Stichting en het ketelfonds van de NSS.
Henschel Fabia (nieuw type), in de productiehal te Kassel, Duitsland Henschel Fabia
In 1877 maakte Henschel een begin met de bouw van smalspoorlocomotieven. De eerste loc in deze categorie was een eenvoudige B-tenderloc met een spoorwijdte van 900 mm. Op basis van deze en andere locomotieven werd gaandeweg een serie standaardtypen ontwikkeld, geschikt voor verschillende doeleinden. Het meest gangbaar voor een spoorwijdte van 600 of 700 mm was het type Fabia met een vermogen van 50 pk. In Nederland werden locomotieven van het type Fabia vaak gebruikt door aannemersbedrijven en steenfabrieken. Drie van deze machines zijn uiteindelijk bewaard gebleven. Zij zijn alle afkomstig van de steenindustrie, waar de stoomtractie pas laat werd afgeschaft.
Foto: Jan Pellenbarg, De Lunenburgerwaard, Wijk bij Duurstede Bij de steenindustrie
Hoewel de loc in 1928 is gebouwd, is zij pas in 1930 door Henschel geleverd aan Spoorijzer Delft, waarschijnlijk uit voorraad. Spoorijzer verkocht de loc datzelfde jaar door aan Van Wijcks Waalsteenfabrieken te Heteren. Daar werd zij in dienstgesteld onder nummer 6. De kleigronden in de directe omgeving van deze fabriek waren volledig afgegraven, en daarom had men gronden gekocht aan de andere kant van de Rijn, aan de voet van de Noordberg bij Renkum. Deze gronden, die tegenover de fabriek lagen, werden het werkterrein van de nieuwe locomotief. Met een excavateur werd de klei afgegraven en in kipkarren met een inhoud van 2,5 m3, gestort. De loc moest deze naar de rivieroever brengen. Daar lag een veerpont gereed die speciaal was gebouwd om de karren over te varen. Aan de overkant werden ze door een zware Orenstein & Koppel-locomotief de wal opgetrokken en vervolgens over het fabrieksterrein naar de steenpers gereden. Maximaal negen kipkarren konden met de veerpont worden overgezet, afhankelijk van de waterstand. Aan beide zijden lag een omloopspoor om de lege en volle treinen tegen elkaar uit te wisselen.
Foto Collectie NSS, Sept.1962, O&K No.12434 onder de excavateur bij De Lunenburgerwaard In de oorlog beschadigd
Tijdens campagneperiodes werd de Henschel-loc na het werk gestald in een houten loodsje, niet ver van de Noordberg. In de winter lag de kleiwinning stil en werd ook de loc met de veerpont overgevaren. Zij werd dan evenals de O&K-loc ondergebracht in een loods bij de fabriek, waar het grote onderhoud plaatshad. In de tweede Wereldoorlog werd de baksteenindustrie onder toezicht van de Duitse bezetter voortgezet. In het najaar van 1944 kwam de fabriek echter midden in de vuurlinies te liggen en werd zwaar beschadigd. Na de oorlog werd de schade aan het materieel en gebouwen hersteld en werd de steenproductie in verband met de noodzakelijke wederopbouw op grote schaal hervat. Ter assistentie werden toen tevens enkele huurlocomotieven ingezet.
Kantje boord
In 1953 waren de gronden bij Renkum geheel afgegraven en raakten de locomotieven overbodig. loc 6 werd verkocht aan de Maatschappij tot Exploitatie van Waalsteenfabrieken om dienst te gaan doen op de steenfabriek De Lunenburgerwaard te Wijk bij Duurstede. Op deze fabriek verzorgde de loc samen met een 50 pk O&K-machine nog jarenlang het kleitransport. De kleiwinning vond er zowel buiten- als binnendijks plaats. Via een dam liep het spoor dwars over de Rijndijk in de richting van de Ameronger Wetering. De fabriek is nu gesloten, maar het loodsje dat onderdak verschafte aan de beide stoomlocomotieven is nog steeds terug te vinden.

Natuurgebied Lunenburgerwaard:
"...Van kleiwinning naar natuurterrein. De Lunenburgerwaard is het uiterwaardengebied ten oosten van Wijk bij Duurstede. Het gebied wordt in het noorden begrensd door de Rijndijk en in het zuiden door een afgesneden arm van de Nederrijn die ontstaan is na de aanleg van de nabijgelegen stuw. De totale oppervlakte van het uiterwaardencomplex is circa 90 hectare...
...De steenfabriek heeft in 1985 zijn laatste stenen geproduceerd..."

Foto: K.A. Neve, 1971 In 1966 werd de Henschel-locomotief voor het laatst goedgekeurd door de Dienst voor het Stoomwezen. Kort daarna werd de machine buiten dienst gesteld. Volgens de directie van de fabriek is zij toen verkocht aan een stoomliefhebber in Noord-Brabant. Desondanks was de loc rond 1970 te vinden op het terrein van metaalhandel A. Huiskes te Boxtel, waar op dat moment ook diverse locs van de Rotterdamse Gasfabriek stonden, in afwachting van een roemloos einde in de smeltkroes. Als enige ontkwam de Henschel-machine aan dit lot. In 1971 kwam de locomotief in het bezit van Kees Neve, zelf ex-machinist, en werd overgebracht naar Vreeswijk. In 1972 verhuisde de hij naar het plaatsje Zeeland bij Uden, waar meer ruimte voorhanden was voor zijn locomotiefcollectie.
Omzwervingen Laatste keer onder stoom, Groenlo 1977
In 1972 ruilde Kees Neve de machine voor een O & K, afkomstig van steenfabriek De Anker uit Maurik. Het jaar daarop vertrok de Henschel naar steenfabriek De Scherpekamp bij Angeren, waar in de daaropvolgende jaren veel werk aan de loc werd verricht. In 1976 volgde opnieuw een verhuizing. Nu naar steenfabriek F.O.W. in Groenlo. Deze fabriek was reeds buiten bedrijf, maar de circa 4 km lange smalspoorlijn naar de kleiputten bij de Duitse grens was nog aanwezig. De eigenaar van de steenfabriek had plannen om in de kleiputten een vogelpark in te richten en zag de stoomlocomotief als een welkome aanvulling op deze attractie. In 1977 vonden in Groenlo enkele ritten met de loc plaats. Van de lange lijn kon toen slechts 200 meter worden benut, omdat zich vlak bij de fabriek een viaduct bevond dat net niet hoog genoeg was. Aan verdere plannenmakerij kwam een einde toen de boeren, die met de fabriek een overeenkomst hadden omtrent het gebruik van de smalspoorlijn op hun landerijen, deze overeenkomst beëindigden. Daarna werd de lijn opgebroken.
Eindelijk rust
Deze weinig rooskleurige situatie duurde tot 1981. In dat jaar werden plannen gelanceerd voor de vestiging van een steenbakkerijmuseum in de voormalige steenfabriek De Plasserwaard te Wageningen. De initiatiefnemers namen, vooruitlopend op de realisering van dit museum, de locomotief als object op en de gemeente Wageningen stelde een loods beschikbaar. Het transport van de loc daarheen vond plaats in januari 1982. Alle inspanningen ten spijt kwam het museumproject uiteindelijk toch niet van de grond, voornamelijk vanwege de hoge kosten die de exploitatie van een dergelijk museum met zich meebrengt. In het najaar van 1985 werd de loc uiteindelijk toegevoegd aan het materieelbestand van de NSS. Het transport naar Katwijk had plaats in oktober 1985, en daarmee kwam aan de omzwervingen een einde. In Katwijk werd de verdere restauratie al snel ter hand genomen en in 1987 werd de ketel aangeboden voor de veertigjarige keuring. Het staal van de buitenketel bleek nog in perfecte conditie, maar de klinknagels van de binnenvuurkist waren teveel afgenomen en hierop werd de ketel afgekeurd. Een reparatie was te ingewikkeld en een nieuwe ketel veel te duur. Het leek erop dat de locomotief nooit meer onder stoom zou staan, totdat de machine in 1999 met een A-status werd opgenomen in het Register Railmonumenten.
Dat maakte de weg vrij om subsidie aan te vragen voor de bouw van een nieuwe stoomketel. In december 2008 is de locomotief voor het eerst weer onder stoom geweest na een uitgebreide restauratie van bijna twee jaar, waarbij naast een nieuwe ketel, ook het plaatwerk van het machinistenhuis en de ketelbeplating werden vervangen.
De restauratie is mogelijk geworden dankzij een subsidie van het Prins Bernhard Cultuurfonds, de Mondriaan Stichting en het ketelfonds van de NSS. De ketel is gebouwd bij HKB te Venlo.
Foto: Jan Pellenbarg, De Lunenburgerwaard, Wijk bij Duurstede De Henschel in actie op de steenfabriek De Lunenburgerwaard.

Video opgenomen door Robert Putz, 6 november 2008.

Video door Robert Putz, 30 december 2008.

Foto: Roel Koolen De Henschel in actie op 30 december 2008.

Venster Sluiten

This text in english

Valid XHTML 1.0!

Valid CSS !