
Railauto's 1 en 2
Beide Simplex railauto's uit de collectie bevinden zich in de werkplaats voor een algehele revisie.
Railauto 2 (bouwjaar vermoedelijk 1920) is het verst gevorderd. Het onderstel is nagenoeg gereed. De houten opbouw en de bankframes zijn klaar. Ook zijn er op de oude manier vier nieuwe kussens gemaakt. Het grootste werk is nu nog de aandrijving. In de laatste periode bij de Leidsche Duinwater Maatschappij was deze railauto uitgerust met een eencilinder viertakt benzinemotor van 4 pk (type 110) met aangebouwde koppeling van het merk Bernard, die in het afgelopen jaar geheel is gereviseerd en onlangs heeft proefgedraaid. Deze motor zal verhuizen naar railauto 1. Voor railauto 2 is een Ford-zijklepmotor type 100E aangeschaft. Deze motoren zijn door Simplex tot op het laatst ingebouwd in dit type railauto.
Klik hier voor meer informatie over railauto 2.
Voor railauto 1 moet nog veel gebeuren. Het bouwjaar is vermoedelijk 1907 en daarmee is dit voertuig aarschijnlijk het oudste met een verbrandingsmotor aangedreven railvoertuig in Nederland. Voor deze railauto moesten nieuwe uiteinden gemaakt worden aan het frame. Er zijn nieuwe assen en bossen gemaakt en de originele wielen zijn in profiel gedraaid. Ook de ontbrekende aspot en twee aspotdeksels zijn nieuw gemaakt. De bankenframes zijn niet meer aanwezig en moeten nieuw gebouwd worden. Bovendien moeten er nieuwe kussens en rug-leuningen gemaakt worden en een nieuwe huif. Het buizenframe van de huif is gelukkig bewaard gebleven.
Klik hier voor meer informatie over railauto 1.
De afronding van de revisie van beide railauto's staat gepland voor 2011.

Stoomlocomotief 7
Aan stoomloc 7, een drie-assige Orenstein&Koppel, is de afgelopen jaren met tussenpozen gewerkt. Nadat drie stoomlocomotieven met een nieuwe ketel weer in gebruik konden worden genomen, is nu 'de 7' aan de beurt om opgeknapt te worden. Het onderstel wordt gedemonteerd om vervolgens gestraald en geschilderd te kunnen worden.
Daarna is de ketel aan de beurt, die o.a. van nieuwe vlampijpen voorzien moet worden. De hele revisie zal nog wel enkele jaren in beslag nemen.
Klik hier voor meer informatie over stoomlocomotief 7.
Revisie stoomlocomotief 4 (K.A.Neve)

De revisie van stoomloc 4 ("K.A.Neve") heeft o.a. door vertragingen bij de ketelbouw en door de noodzakelijke extra werkzaamheden veel langer geduurd dan was voorzien.
Grondige inspectie aan het drijfwerk leerde dat het gehele lagerwerk en zelfs delen van het stangenstelsel vervangen moest worden.
De locomotief heeft een nieuwe asbak gekregen.
Van het onderstel zijn de beide waterbunkers gereinigd, gerepareerd en van een beschermlaag voorzien.
Versleten onderdelen zijn vervangen.
De nieuwe ketel is op het onderstel geplaatst en kan verder worden voorzien van een nieuwe appendagehouder, peilglazen,
klepkastkranen en een spuiafsluiter.
Tenslotte is de loc teruggebracht in de beschildering waarin zij bij steenfabriek "De Roodvoet" dienst deed
(haar laatste werkadres).
Op 18 juni 2009 heeft de nieuwe stoomketel van stoomloc 4 de definitieve keuring gekregen van Lloyds-Stoomwezen.
In 2010 werd de restauratie afgerond en kon de locomotief tijdens de Stoom- en dieseldagen rijdend aan het publiek getoond worden.
Klik hier voor meer informatie over stoomloc 4.
Revisie motorloc 76

Aan de revisie van motorlocomotief 76 zijn al heel wat uurtjes besteed.
De loc is geheel gedemonteerd De oorspronkelijke motor was onbruikbaar geworden,
daarom moest een vervangende motor van hetzelfde type gevonden worden.
Deze motor is geheel nagezien en heeft een passende kleur gekregen.
De wielstellen moesten worden omgespoord naar 700 mm.
Het onderstel heeft enkele reparaties ondergaan en zijn strak in de verf gezet.
Vervolgens zijn de assen weer teruggeplaatst en kon de motor weer worden aangebracht.
Tijdens de Stoom- en dieseldagen 2010 kon het voorlopige resultaat rijdend aan het publiek getoond worden.
Als laatste wordt de beplating worden aangepakt.
Dit zal tijdens de winterstop gebeuren. In 2011 zal motorlocomotief 76 in gebruik worden genomen.
|